Toren
Ik sta in een plek van wind en kijk
naar nieuwe daken boven de dijk
mensen op een fiets, boten in de verte
zijn vlekken op het water
Ze denken dat ik een paard ben
wit met ridders en prinsessen
Ik ben onverplaatsbaar, dus komen
de dingen naar mij. Je haar blaast
uit je gezicht, dooft je oren
draait je om en het is stil
Als het er niet is verplaats ik licht en zie
waar je bent, hoe lang je bestaat en hoeveel tijd ik
ben ik vergeten. Ik was vierkant
nu ben ik rond
Hard water duwt tegen me aan, ik heb karakter
zeggen ze maar jij die me kent als geen ander weet
wie me ook bewoont, rond en wit en licht
Froukje van der Ploeg, april 2006